Internet en media

Mijn advies aan ouders is om zoveel mogelijk te weten wat hun kinderen op internet doen. Doordat u interesse toont, leert u wat uw kind interessant vindt. Een handige tip die ik zelf ooit heb gekregen is om een (gratis) emailadres aan te maken wat door de kinderen gebruikt mag worden wanneer zij zich in moeten schrijven op een site. De mails komen bij u binnen, zo kunt u controleren wat er gebeurd.

Leg aan uw kinderen uit dat u hen wel vertrouwd, maar de (internet) buitenwereld niet. Er zijn helaas genoeg voorbeelden van het misbruik van de naiviteit van kinderen. Wanneer zij een paar keer met iemand hebben gesproken denken zij niet meer in termen van ‘vreemden’, maar is het een ‘vriend’. De keren dat ik meisjes tegen kom tijdens mijn cursussen die mij vertellen dat ze hun bff (best friend forever) hebben ontmoet op het internet, zijn niet meer op 2 handen te tellen.

Alle kinderen weten dat ze hun NAW gegevens nergens zo maar achter mogen laten op internet, maar weten ze ook dat ze de schoolgegevens en sportvereninging gegevens niet moeten geven? Praat hierover thuis.

If a picture paints a thousand words, hoeveel moet dit filmpje dan wel niet schilderen??

http://www.youtube.com/watch?v=KHX1nLYJggw

Een 60 seconden filmpje wat gechargeerd duidelijk maakt wat internet met onze kinderen kan doen.

http://www.microsoft.com/nl-nl/security/family-safety/childsafety-steps.aspx

Een van de sites waar tips gegeven wordt voor het beveiligen van internet voor uw kinderen.

In Microsoft is er ook een mogelijkheid om aan te geven wat u vindt wat wel en wat niet mag. Veel antivirusprogramma’s hebben ook iets dergelijks.

Hoe proberen ouders het mediagebruik van hun kinderen te beïnvloeden?

Ouders willen graag controle en invloed uitoefenen op het mediagebruik van hun kinderen. Door het grote aanbod aan verschillende media, vinden zij dit echter vaak lastig (Nikken & Pardoen, 2010). Ze proberen hun kinderen op verschillende manieren te begeleiden bij mediagebruik. Afhankelijk van de leeftijd van het kind gaat het om:

  1. in de buurt blijven tijdens het huishouden doen (supervisie);
  2. gezamenlijk tv kijken, gamen of internetten;
  3. praten over en uitleg geven bij de dingen die kinderen zien en doen (actieve begeleiding); regels stellen over de tijd, wanneer/hoelang (restrictieve begeleiding);
  4. afspraken maken over welke sites, games en programma’s toegestaan zijn (inhoudsrestricties);
  5. achteraf controleren wat kinderen op internet doen (monitoring); en
  6. filters en parental controls gebruiken (technische restricties) (Nikken, 2012).

Onderzoek laat zien dat ouders liever de sociale opvoedstrategieën toepassen dan filters en andere technische middelen (Sonck & De Haan, 2011; Nikken & Jansz, 2011). Bij jonge kinderen kiezen ouders dan vooral voor samen media gebruiken en voor supervisie. Vanaf een jaar of 8 vinden ouders het vooral belangrijk om regels te stellen en met kinderen over de (sociale) media te praten. Vanaf een jaar of 14 neemt de ouderlijke begeleiding weer af. Kinderen delen de media dan meer met hun leeftijdgenoten.

  • Nikken, P. (2012). On media, children and their parents. Amsterdam: SWP publishers.
  • Nikken, P. en J. Pardoen (2010), Mediaopvoeding. In J. de Haan & R. Pijpers. Contact! Kinderen en nieuwe media. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Sonck, N. en J. de Haan (2011). Kinderen en internetrisico’s: EU Kids Online onderzoek onder 9-16-jarige internetgebruikers in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.